dinsdag 4 januari 2011

Periode 2 - 3D


Voor 3D gingen we deze periode een alter ego ontwikkelen. Je  ego moest ook kunst gaan maken wat bij je alter ego past.
We  zijn begonnen met je interesses te verzamelen door elkaar te interviewen. Aan de hand daarvan heb ik een collage gemaakt van mijn interesses. Het was me gauw duidelijk dat ik iets wilde gaan doen met Greenpeace en dieren.

Mijn alter ego wilt graag provocerende en choquerende kunst maken. In eerste instantie wilde ik  een soort jas of kledingstuk maken van menselijke lichaamsdelen, i.p.v. dat je dierlijke delen draag je nu menselijke delen. Zouden mensen het dan ook nog willen dragen?
Maar ik ben dan meteen gaan denken dat het niet uit te voeren is en het niet haalbaar is. Deze gedachtegang is verkeerd, maar ik ben bezig dit af te leren!
Daarna ben ik overgestapt op een jas van veren, die gemaakt zijn van mensenhaar. Mensen dragen ook een kledingstuk van dierenhuid (met haar), zouden zij dan ook iets dragen dat van mensenhaar is? Maar het zou weer niet haalbaar zijn, dus ben ik het op een andere manier gaan doen.

Een kraag van mensenhaar (zonder mensenhaarveertjes).
Vroeger stond een kraag voor aanzien, een bontjas of bontkraag nu ook. Dus ben ik een bontkraag gaan maken die van de buitenkant helemaal bedekt is met mensenhaar. Hoe ben ik in godsnaam aan al dat mensenhaar gekomen, vraag je je misschien af. Bij de kapper!
Ze vonden het niet eens een rare vraag toen ik vroeg of ik wat haar kon krijgen. Ze hebben wel eens vaker deze vraag gehad van iemand van een kunstacademie. Dat scheelde weer een hoop uitleg!






In het begin vond ik het nog een beetje vies, al dat verschillende haar in plukjes, in gruis. Bah. Maar op een gegeven moment  raakte ik eraan gewend en zo is er toch een kraag ontstaan!





Het duurde heel lang voordat ik eindelijk een goed idee had om uit te gaan voeren. Vaak liet ik een idee links liggen omdat het ‘toch niet uit te voeren was’ of dat ik het ‘niet meer zou redden’.  Dat heeft me veel tijd gekost. Daarom is mijn proces heel kort. Toch ben ik tevreden met het eindresultaat. Ik heb voor mezelf genoeg bereikt met dit project. Namelijk mijn angsten overwinnen door zelf naar een kapper te gaan en de rare vraag te stellen of ik haar mag hebben met het risico dat ik uitgelachen kon worden en met mijn handen in een stofzuigerzak met andermans (misschien gewassen, misschien niet!) haar te gaan zitten.


 

Periode 2 - Beeld en Concept

Voor Beeld & Concept van deze periode moesten we drie korte verhaaltjes lezen.
Net witte olifanten                                                  van Ernest Hemingway
Een stokoude heer met enorme vleugels             van  Gabriel Garcia Márques
De jager Gracchus                                                   van  Franz Kafka

De verhalen waren kort, maar zaten vol met symbolen. Het eerste verhaal bleek ik helemaal verkeert geïnterpreteerd te hebben, maar na het bespreken in de les wist ik wel hoe ik bij het tweede verhaal aan de gang moest.
Uiteindelijk moest je een van de drie verhalen kiezen en daarmee verder gaan. Verhaal drie, De Jager Gracchus, gaat over een jager die is overleden en ronddwaalt in een bootje. Hij komt op een dag aan land en spreekt daar met de burgemeester van de stad.
Ik vond het verhaal heel erg vaag, het kan overal over gaan. Ik haalde eruit dat hij ronddwaalt op zee en af en toe aan land komt om onheil te brengen. Maar dan vooral natuurrampen. De mensen in het verhaal zijn bang voor hem, slaan de ramen dicht als ze hem zien. Dus het kan niks goeds betekenen als hij aan land komt.
 

Hier heb ik tekeningen en schilderingen bij gemaakt om mijn gevoel wat ik bij het verhaal krijg en het idee wat ik bij het verhaal heb te laten zien.
Ik heb geprobeerd de overgang en de transformatie van de weersomstandigheden uit te beelden.
                                        







Ik vond het een lastige opdracht, want ik had wel een bepaald beeld bij het verhaal, maar het was iets te letterlijk. Het waren meer tekeningen bij het verhaal, niet bij de achterliggende gedachte van het verhaal. Het heeft even geduurd voordat ik daar van af was. Of het laatste moment ging dat wat beter. Toch ben ik niet helemaal tevreden met het eindresultaat, want ik weet dat het beter had kunnen zijn als ik er mee aandacht aan had besteed. Weer iets om aan te werken in de volgende periode!

Periode 2 - Serieel beeld



De opdracht voor serieel beeld van deze periode stond in het teken van verbeelding. We kregen de opdacht om een ansichtkaart uit te zoeken die onze leerkracht voor ons had. Deze ansichtkaarten zijn allemaal echt verstuurd geweest. Allemaal naar de familie Snoek. De kaart die ik gekozen heb had een fiets op de voorkant en een tekst op de achterkant.

Wat me opviel aan de kaart was het contrast tussen de voorkant en de tekst op de achterkant. Op de voorkant staat een mooie fiets met een mandje bloemen voor een geel huisje. Een lieflijk huisje. Op de achterkant staat dan weer een tekst, geschreven in het rommelige handschrift van ene Axel. De sfeer van de tekst vind ik totaal niet passen bij de lieflijke sfeer van de voorkant van de kaart. Ik vond dat de tekst een beetje een duistere sfeer had. Het ging over een fiets en over rollers.
Het was de bedoeling dat je nu ging associëren en zo een verhaaltje bij de kaart ging bedenken. En daarvan maakte je een film. Toen maakten we een 3D- set bij je verhaal.



 




Het verhaal dat ik bij de kaart heb gemaakt gaat over Axel, een jongen die met zijn vriend correspondeert over fietsen. Over het stelen en doorverkopen van fietsen.  
Axel is hier zo ver in doorgedraafd dat hij, wanneer hij weer een brief krijgt van zijn vriend, helemaal gek wordt. Hij gaat weer fietsen stelen. Maar op een gegeven moment kan hij hiermee niet meer stoppen en blijft maar stelen en stelen…Tot het moment waarop zijn huisje er niet meer tegen kan.


                                                             

                                                               
                                                                

                                                           Moving storyboard

 



                                                         
                                                           Definitieve film
                                     

Hier heb ik geleerd om echt je verbeelding te gebruiken, niet te veel bij je eerste idee te blijven hangen.  Na veel verschillende tests en wat aanpassingen is er een eindfilmpje uitgekomen waar ik heel tevreden over ben. De muziek vond ik er goed bij passen, omdat dat de hysterische sfeer benadrukt.

Periode 2 - 2D


De eerste periode is voorbij. Tijd voor periode 2!
In periode 1 heb ik veel geleerd. Geleerd niet zo standaard te denken en eerst veel te associëren. En natuurlijk veel te doen, te experimenteren.  
In periode 2 hebben we dezelfde vakken als in periode 1, maar andere leraren en andere opdrachten.

Voor 2D moesten we een ruimte in je omgeving kiezen. Ik heb gekozen voor de douche. Met als uitgangspunt het ‘gewone'. Je bent er elke dag en het is een onderdeel van je dagindeling. Het is voor de meeste mensen vanzelfsprekend.
Je stapt onder de douche, draait de kraan open en verwacht water. Maar wat nou als er iets anders uit komt dan alleen water… En waar spoelt het water heen? Je ziet het alleen maar het putje in spoelen en that’s it. Maar waar blijft het? Dat heb ik geprobeerd te laten zien d.m.v. mijn schilderingen.

Deze periode zijn we ook gebruik gaan maken van oost-indische inkt. Ik moest er even aan wennen, maar uiteindelijk vond ik het een mooi effect hebben. Ook in combinatie met acrylverf.

                                                            

In het begin schilderde ik nog wat te letterlijk. De foto’s die ik maakte waren nog te duidelijk een douche. Dat heb ik geprobeerd te veranderen door goed te bedenken wat ik wil laten zien en zo ook foto’s anders te nemen. Wat mysterieuzer, zodat je goed moet kijken wat je ziet.



                                     


                          

Ik vond het een boeiende opdracht omdat je hem helemaal zelf kunt indelen. Het was ook leuk om te doen. Mijn bedoeling was om mijn schilderingen zo te laten zien dat als ze apart hangen het niet helemaal duidelijk was wat het nou is, maar allemaal bij elkaar je het toch kunt zien dat het over de douche gaat.
Uiteindelijk is het niet helemaal zo geworden als ik in gedachte had. Het idee van het “ gewone” zit er niet helemaal in, maar wie weet gaat het de volgende periode beter!

Periode 1 - 3D

Het laatste vak van deze periode is 3D. Met dit vak had ik wat moeite. Wat we moesten doen was grondstoffen verzamelen. Dat kon vanalles zijn, als het maar genoeg was. Daarvan kon je dan een 3D vorm maken. Het mocht niets voorstellen. Ik vond het lastig om maar “iets” te maken. Doordat ik niet goed wist wat ik er mee aanmoest, liep ik een beetje vast en raakte gedemotiveerd. Na een gesprekje met mijn mentor en de leerkracht van 3D kwam ik meer op gang.
De 2e helft van de opdracht was meer mijn ding. Je ging nu een werkje dat je hebt gemaakt uitkiezen en ging daar mee verder. Het was de bedoeling dat je ging bedenken wat je allemaal met die grondstof kon maken. En met het object dat je hebt gemaakt. Daar ging je schetsen voor maken.
Ik heb gekozen voor de pijltjes van videobandtape en voor tijdschriftringen. Uiteindelijk ben ik verder gegaan met de tijdschriftringen.
                                               
 



Ik wilde de tijdschriften terugbrengen naar zijn oorspronkelijke vorm/plaats. Dat is dus in de natuur/aan de boom. Wat me opviel aan de ringen was dat ze veel kleur hebben en ritselen in de wind. Dat vond ik interessant om met de natuur te combineren. De ringen veranderen ook van vorm doordat  ze hangen. Ze verschillen ook van grootte, net als de blaadjes aan een boom.
Als je het in een boom aanbrengt valt het op door de kleurtjes die erin zitten. Maar als je je ogen sluit en alleen maar luistert, valt het niet op. Je hoort geritsel van de blaadjes, maar ook van het gordijn van tijdschrift. Doordat de blaadjes en het gordijn tegelijk ritselen, lopen de geluiden in elkaar over waardoor er een geluid ontstaat.
Het gordijn wilde ik om een boom wikkelen en/of gedeetelijk rond de takken drapperen, alsof het lijkt dat het een onderdeel van de boom is. Dat het tegen de boom op groeit.
In de winter valt het ook op doordat verder alle bomen kaal zijn, behalve de boom waar het gordijn in hangt. Zo heeft deze boom toch nog iets van bladeren. Alleen zijn deze bladeren bewerkt tot een tijdschrift. Ooit was het onderdeel van een boom. Nu weer.



Het was lastig voor mij om het eerste deel van deze opdracht  goed te doen. Ik vond het niet interessant en voor mijn gevoel kon ik er niks mee. Maar het tweede deel heb ik voor mezelf boeiend gemaakt door veel te schetsen en de opdracht verder uit te werken d.m.v . tekeningen.