woensdag 29 december 2010

Periode 1 - Beeld en Concept

Voor Beeld en Concept mochten we eigenlijk helemaal zelf weten wat we gingen doen. We begonnen met opschrijven van dingen die we leuk vinden en die je aanspreken. Zo kon je er een thema van maken. Ik had als thema ‘Vrolijk’. Vanuit daar kon je gaan associëren en je thema uitbeelden.
Ik ben vooral op zoek gegaan naar kleur. Dat vind ik belangrijk. Als eerst ben ik foto’s gaan maken van objecten die me vrolijk maken. Maar dat was veel te letterlijk. Daarna ben ik foto’s gaan inkaderen, zodat het object er niet in te zien is maar het meer om de vorm en kleur gaat. Zo werden de foto’s veel interessanter en spannender om naar te kijken. Daarna ben ik nog een stap verder gegaan door de foto’s totaal te abstraheren en scherpte en onscherpte gaan combineren.


Tussendoor kregen we nog de opdracht om een schildering te maken bij je thema. “Je kiest een foto uit een tijdschrift, scheurt deze willekeurig  in een vorm en schildert vanuit dit verder”.  Gevoel was belangrijk. Toen ik daarmee bezig was geweest merkte ik wel dat het makkelijker ging om verder te gaan met mijn thema. Ik ging anders tegen het thema aankijken.
            
                                            

Toen we een woord moesten verzinnen wat bij je thema paste en dat in een omgeving moesten plaatsen werd het voor mij even lastig. In eerste instantie had ik als woord ‘hihi’ en had dat verwerkt in een soort van lange slinger. Maar het werd echt een slinger. Dat paste ergens wel bij mijn thema, maar verbeelde het niet genoeg.
Toen kwam ik op het woord ‘kleurig’, wat een combinatie is van ‘kleurrijk’ en ‘fleurig’. Dat vond ik wel goed passen bij mijn thema omdat het toch een persoonlijk tintje heeft omdat het geen echt woord is, maar toch in me opkwam.
Het woord heb ik op een groot vel papier verwerkt door het als een sjabloon te tamponneren. Het effect wat het creëerde vond ik goed bij mijn thema passen.




Uiteindelijk heb ik geleerd dat je door middel van associëren op leuke ideeën en werken kunt komen.
En door naar  je gevoel te luisteren veel interessantere werken krijgt. Dat heb ik ook geleerd: minder denken, maar doen =)



Periode 1 - 2D

Een ander vak is 2D-beeldonderzoek. De opdracht voor deze periode is lastig te verwoorden, maar was heel interessant.
Na veel kleur – en vormonderzoek kregen we de opdracht om een tegenstelling te kiezen die je daarna d.m.v. kleur en vorm kon verbeelden . In het begin kwam ik wat moeilijk op gang. Ik vond het lastig om los te komen van de objecten zoals ze zijn. Kon ze moeilijk abstraheren en zo een interessante compositie maken.
Maar op een gegeven moment ging dat beter doordat ik het gewoon los heb kunnen laten.

                                 


Als tegenstelling heb ik gekozen voor chaos – orde. Daarna ben ik  foto’s gaan maken waar licht, schaduw en kleur de hoofdrol speelden.  Het was de bedoeling dat je uit die foto’s alle kleuren uithaalde en die op een rijtje zette. Uit die kleuren moest je een selectie van 6 tot 8 kleuren maken die voor jou de tegenstelling uitbeelden.
Met die kleuren ben ik verder gegaan om de tegenstelling goed uit te beelden.
Voor mijn gevoel is dat uiteindelijk gelukt. De eerste schilderingen kwam dat gevoel niet echt naar buiten. Sommige schilderingen ben ik gaan combineren, omdat de een meer chaos uitstraalde en de ander juist meer ordening.



                                                   


                            

 


Hier heb ik echt geleerd wat losser te denken. Het object zelf los te laten en alleen de vorm te zien. Toen dat lukte ging het voor mijn gevoel veel beter. Mijn werken veranderden (de eerste werken leken op elkaar) en zo ook mijn gevoel voor vorm en kleur.

Periode 1 - Serieel Beeld

Een van de vakken die ik dit jaar volg is Serieel Beeld. Hier leren we een verhaal te laten zien d.m.v. een serie beelden.
Voor deze eerste opdracht moesten een wandeling gaan maken. Een wandelingetje van 12 minuutjes heen en op dat punt dezelfde weg terug. Onderweg moest je foto’s maken van dingen die je aanspraken.
Het was leuk om te merken dat je op de terugweg meer dingen ziet. Dan valt opeens het grasveldje links van de weg ineens beter op. Of de bloempotjes boven in de boom. Die zijn me nooit eerder opgevallen!

Daarna kregen we de opdracht om op een andere plek dezelfde wandeling te maken. Een plek die je aanspreekt.
Ik heb gekozen voor het park achter mijn huis. Ik ben net in Breda komen wonen en ben nog niet eerder in het park geweest, dus dit leek me wel een goed moment. Weer merkte ik dat ik op de terugweg meer dingen ging zien. De besjes in de struiken, de klimop wat tegen de boom opgroeit.

 

Bij de tweede wandeling ben ik naar de andere kant van het park gegaan om daar foto’s te maken.
Aan de hand van de foto’s die je hebt gemaakt kon je een serie maken.
Het viel me op dat ik twee soorten foto’s heb gemaakt: foto’s van de natuur en foto’s van onnatuurlijke dingen, zoals het pad en de brug over het water. Daar wilde ik mee doorgaan. Ik vond het interessant om het verschil tussen de natuur en het onnatuurlijke te laten zien. Ik ben toen meer foto’s gaan maken van objecten die door de mens zijn gemaakt en/of aangebracht in de natuur en foto’s van de natuur zelf. Toch was ik niet helemaal tevreden, want het werd niet een geheel. Het waren meer losse foto’s in plaats van een serie. Wat me ook opviel aan mijn foto’s was dat er toch een soort ritme in te zien was. Het leuk me interessant om dat te combineren met mijn vorige idee om het verschil tussen het natuurlijke en het onnatuurlijke te laten zien. Toen ben ik ze in een andere volgorde gaan zetten waardoor er een soort ritme in te zien was.







Zo is er een filmpje ontstaan waar ik de overgang van de natuur naar het onnatuurlijke zo klein mogelijk heb gelaten waardoor het niet erg opgevalt. Daarom heb ik goed gelet op de kleur van de dingen op de foto’s.



Ik heb geleerd beter te kijken. Zo zie je opeens de dagelijkse dingen op een andere manier. Ze worden veel boeiender.